Epilepsie bij honden
Hèt naslagwerk voor de eigenaar van een hond met epilepsie!

Home

Woordenboek

Nieuws

Viavet

Uw Dierenarts

Canine Epilepsy Resources

Diagnose en onderzoeken

 


Wat is epilepsie?

Soorten epilepsie

Soorten aanvallen

Diagnose en onderzoeken

Aanvullend onderzoek

Behandeling

Valium protocol

Alternatieve behandeling

Voeding bij epilepsie

Wat te doen als...

Veel gestelde vragen

Belangrijk!

Contact

Gastenboek

Forum


Echte symptomen zijn er niet bij idiopatische epilepsie. Als de hond bij de dierenarts komt, is de aanval vaak allang weer over. Meestal wordt door de eigenaar beschreven wat er precies gebeurd tijdens een aanval en moet de dierenarts naar aanleiding daarvan bekijken of het gaat om primaire of secundaire epilepsie. Een werkelijke diagnose is dus ook moeilijk te stellen.
Idiopatische epilepsie wordt daarom vastgesteld door alle oorzaken voor de aanvallen uit te sluiten middels gedegen onderzoek.

Wat moet u doen als uw hond voor het eerst een aanval heeft gehad. Dat kunnen twee dingen zijn: u wacht af en kijkt of er een tweede aanval volgt, of u gaat langs uw dierenarts. Meestal zal uw dierenarts ook zeggen nog even af te wachten, maar als u zich er prettiger bij voelt kunt u uw dierenarts vragen uw hond alvast een basisonderzoek te geven, dat bestaat uit het beluisteren van hart en longen en eventueel een kort neurologisch onderzoekje.
Als er binnen afzienbare tijd een tweede aanval volgt, is het verstandig uw dierenarts om een bloedonderzoek te vragen. Hiermee kunnen de belangrijkste functies als lever, nieren en schildklier worden onderzocht. Tevens zijn er nog extra onderzoeken in het profiel opgenomen die bij afwijkingen op bepaalde aandoeningen kunnen wijzen.
Het kan zijn dat er uit deze onderzoeken een uitslag komt. Middels deze uitslag kan er een behandeling worden ingesteld, die naar alle waarschijnlijkheid de aanvallen doen verdwijnen.
Vaak echter toont het onderzoek geen afwijkingen. Door te kijken naar bepaalde omstandigheden, zoals soort aanval, leeftijd van de hond en ras, kan er wel of niet vervolgonderzoek worden aangeraden. Als uw hond bijvoorbeeld al op leeftijd is, of gedrag vertoont dat niet echt bij epilepsie past, kan er een scan worden aangeraden.
Voldoet uw hond echter aan het "plaatje" van de doorsnee epilepsiepatient, dan is het belangrijk eventueel een behandeling in te stellen met anti-epilepsie medicijnen. Daarvoor kunnen de volgende richtlijnen worden aangehouden:

Uw hond heeft een interictale periode van meer dan 6 weken (minder dan eens per 6 weken een aanval). In dat geval is een behandeling met medicijnen niet nodig. Treden er echter vaker dan eens per 6 weken aanvallen op, dan is het verstandig een therapie in te stellen. Deze zal voornamelijke bestaan uit behandeling met fenobarbital. Het doel van deze behandeling is de tijd tussen twee aanvallen te verlengen, de hevigheid van een aanval te verminderen en het voorkomen van clustering en status epilepticus. Meer informatie over de behandeling met medicijnen vindt u op de pagina <behandeling>.

Op bovenstaand traject zijn enkele uitzonderingen: als uw hond direct vanaf het begin meerdere aanvallen heeft, dient u uw dierenarts te raadplegen. Zoals al eerder verteld stopt een cluster veelal niet uit zichzelf, waardoor in zulke gevallen de behandeling beter direct kan worden gestart. Uiteraard is hetzelfde van toepassing als uw hond in een status epilepticus geraakt: veterinaire hulp is daarbij van levensbelang!

Copyright © VETMED. All rights reserved.